Rechtszaak medische missers huisarts inzake vitamine B12 tekort, het verweer van de tegenpartij

Het is vreemd wat een tegenpartij als verweer mag indienen. Blijkbaar hoeft het helemaal niet waar te zijn. Ook dit zorgt ervoor dat een rechtszaak voor medische missers onnodig lang duurt. Het eerste jaar heb ik voornamelijk bewijzen verzameld. Vanaf het tweede jaar heb ik de huisarts aansprakelijk gesteld.

Het heeft bij elkaar 2 jaar geduurd voordat de huisarts uiteindelijk gedagvaard werd. Dat na een hoop oponthoud door de verzekering van de huisarts en mijn advocaat. Op deze pagina deel ik een gedeelte van het verweer van de tegenpartij. De tegenpartij bestaat uit de huisarts, zijn verzekering en de advocaat van die verzekering. Het is een gedeelte, omdat eigenlijk vaak hetzelfde terug komt, alleen dan net iets anders verwoord. Dat wordt een beetje vervelend om te lezen.

Het verweer van de huisarts en zijn verzekering

Het verweer van de tegenpartij bestaat voornamelijk uit uitspraken van de verzekeringsarts van de huisarts. Hier en daar wordt een stuk toegevoegd van de huisarts zelf, of de tussenpersoon van de verzekering die met mijn advocaat communiceert. Ook is het verweer van de afgelopen jaren tussen beide partijen, zonder dat er nog een rechter aan te pas kwam.

Het eerste medische advies van 7 september 2016

Het medische advies komt van de verzekeringsarts van de verzekering van de huisarts. Dit is onderdeel van het verweer tegen de aansprakelijkheid van de medische missers van de huisarts. De schuingedrukte teksten zijn citaten uit het medische rapport van de verzekeringsarts.

Opmerking: Bij het eerste medische advies van 7 september 2016 geeft de verzekeringsarts aan dat hij geen beschikking heeft over het patiëntenjournaal en andere medische informatie. Hij gaat bij dit advies enkel uit van de reactie van de huisarts.

Uit het medische advies:

Stelling A: 

De huisarts is sinds 2005 huisarts geweest van patiënte, verwijten van hiervoor zijn niet voor rekening van deze huisarts.”

Dit is juist, maar na 2005 zijn er juist veel fouten gemaakt in onderzoek, diagnostiek en behandeling. Zie ook de aansprakelijkstelling. Bovendien had de huisarts wel de beschikking over het medische journaal van de voorgaande jaren. Hij kon hier dus wel dingen in opzoeken.

Stelling B (Hiervoor heeft de verzekeringsarts het NHG standpunt diagnostiek vitamine B12 deficiency gebruikt): 

“De klinische verschijnselen van een vitamine B12-deficiency zijn vaag en niet specifiek terwijl er geen test is waarmee met zekerheid kan worden vastgesteld dat de ervaren klachten aan het tekort toegeschreven kunnen/moeten worden. Overtuigend bewijs dat een tekort verband houdt met atypische klachten als duizeligheid, vermoeidheid vermindering van geheugen en concentratiestoornissen is er niet.”

“De klinische verschijnselen van een vitamine B12-deficiency zijn vaag en niet specifiek terwijl er geen test is waarmee met zekerheid kan worden vastgesteld dat de ervaren klachten aan het tekort toegeschreven kunnen/moeten worden.”

Patiënte bleef regelmatig met dezelfde klachten terug komen. Welke (bijna) allemaal terug te vinden zijn op de lijsten met veel voorkomende klachten bij een vitamine B12 tekort (Zie huisartsen journaal en bewijsstukken 45678).

Aangezien ze hier allemaal onder vallen, en er nooit een andere oorzaak voor de klachten is gevonden (patiënten heeft ondertussen vele onderzoeken gehad en veel verschillende artsen bezocht), blijft enkel het vitamine B12 tekort over als oorzaak voor klachten. Dit is ook de enige oorzaak die met zekerheid aan de hand van bloedonderzoeken  en de medische voorgeschiedenis is vastgesteld.

Daarbij kwam patiënte ook met de in het NHG standpunt genoemde tintelingen.

Bijzonder dat de verzekeringsarts bovenstaande noemt, aangezien te zien is in het huisartsen journaal, dat de huisarts juist denkt aan een vitamine B12 tekort omdat patiënte steeds over moeheid blijft klagen.

Daarnaast zijn er diverse diagnoses gesteld zonder eerst degelijk onderzoek uit te voeren. Deze diagnoses zijn geen ziekte, maar een klachtenpatroon. Deze diagnoses staan erom bekend dat zij niet gesteld mogen worden zonder eerst een lichamelijke oorzaak uit te sluiten of vast te stellen (bijvoorbeeld een vitamine B12 tekort).

De deskundige heeft aan de hand van de geschiedenis van patiënte en de daarbij horende medische informatie vastgesteld dat alle klachten/schade door het vitamine B12 tekort komen. Ook de gespecialiseerde arts heeft dit bevestigd aan de hand van de geschiedenis en bijbehorende medische informatie. En de neuroloog geeft ook aan in de second opinion dat klachten van patiënte horen bij een vitamine B12 tekort.

“Overtuigend bewijs dat een tekort verband houdt met atypische klachten als duizeligheid, vermoeidheid vermindering van geheugen en concentratiestoornissen is er niet.”

Bovenstaande bewering van de verzekeringsarts is geheel onjuist. Al sinds tientallen jaren worden deze klachten in medische bronnen vermeld, zie bewijsstuk 4 onderaan. De vermelde bronnen gaan terug tot 1984. Enkel het NHG beweerd dit, welke zijn informatie uitsluitend baseert op kleinschalige en kortdurende onderzoeken (zie de bronnen die het NHG vermeld).

In het bewijsstuk 4 is te lezen dat aan de hand van een onderzoek op c.a. 1000 patiënten laat zien dat 96% van de personen met een vitamine B12 tekort last heeft van (ongewoon) algehele vermoeidheid en 87% wordt moe wakker. Tevens is hier in te zien dat 78% last heeft van geheugenverlies, 75% last heeft van een slechte concentratie en dat 59% van de personen last heeft van duizeligheid.

Bovenstaande bevindingen komen ook terug in een grootschalig (c.a. 1500 personen) langdurig (c.a. 1 jaar) onderzoek van de Stichting B12 tekort. Zie resultaten van het onderzoek.

Stelling c:

“Betrokkene werd in 2009 naar een internist verwezen vanwege vage klachten, maar heeft daaraan geen gehoor gegeven en hetzelfde jaar werd zij ook onderzocht door een orthopedisch chirurg en een reumatoloog.”

Ten eerste werd patiënte niet doorverwezen vanwege vage klachten, maar vanwege duidelijke, terugkerende maag en darm klachten waarmee ze toen al 10 jaar liep.

Het klopt dat patiënte geen gehoor heeft gegeven aan deze doorverwijzing naar de internist. Te zien in het huisartsen journaal is dat patiënte dan ziek en niet mobiel is, en de huisarts wil patiënte niet bezoeken. Patiënte kan dus met geen mogelijkheid naar de internist. Zie ook de aansprakelijkstelling. Ook heeft de huisarts zelf bij de nieuwe verwijzing naar de internist in 2011 in het huisartsen journaal vermeld dat patiënte de vorige keer niet kon vanwege ziekte.

De huisarts had echter geen specialist nodig om het vitamine B12 tekort vast te stellen. Dit heeft hij zelf gedaan in 2011. Tevens is het een basistaak voor de huisarts om een bloedonderzoek uit te laten voeren. En was daarbij de huisarts beter op de hoogte van klachten dan een specialist, omdat hij het hele dossier in bezit had. De huisarts moet eerst zelf kijken, alvorens te besluiten dat hij er niet uitkomt en een specialist inschakelt.

Stelling D:

“Toen eind oktober 2011 naar aanleiding van bloedonderzoek vanwege vage tongklachten het tekort bleek werd behandeling door injecties voorgesteld, conform hetgeen binnen de praktijk van verzekerde usance is. Betrokkene wil echter B12 in tabletvorm en daarin werd toegestemd, conform de ‘state of art’ volgens het NHG- Standpunt-Daignostiek van vitamine B12 deficientie. Vitamine b12 tabletten zijn geen medicijnen in de zin van de geneesmiddelenwet, ze zijn zonder recept bij drogist en apotheek verkrijgbaar en moeten door patiënten zelf worden aangeschaft.”

werd behandeling door injecties voorgesteld, conform hetgeen binnen de praktijk van verzekerde usance is.”

Er is gebleken dat de standaard behandeling binnen praktijk van de huisarts niet conform de voorschriften is. Dit had nog steeds een onjuiste behandeling geweest. Zie aansprakelijkstelling

En bewijsstukken behandeling: Expertise pagina 11

Expertise behandeling

10 NHG-Standpunt Diagnostiek

11 FarmacotherapeutischKompas

13 bijsluiter medicijn

14.9 NHG Standaard Anemie (deze informatie is niet geheel juist maar er staat wel in bij (ernstige) klachten dat er geïnjecteerd moet worden en er moet een onderhoudsdosering volgen)

15 B12instituut

16 Stichting B12 tekort

24 B12 instituut

25 Uit de email over het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde

“Een B12-tekort en de gevolgen daarvan komen in de wetenschappelijke literatuur al voor in 1890! In de jaren 50 werd er veel over geschreven en werden artsen gewaarschuwd hier alert op te zijn.
Maar om het maar even recent te houden, in 2005 werd een artikel gepubliceerd door internisten van het AMC over de diagnose en behandeling van een B12-tekort (met daarin oa dat men moet opstarten met 10 injecties in korte tijd) Dat artikel werd gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde.”

28.2 Als bijlage verzonden door een neuroloog (tijdens een 3e opinion per website/telefoon) die het ook eens is met de diagnose gecombineerde strengziekte: http://home.kpn.nl/hindrikdejong/gevolg.htm

32 Bericht deskundige:

In 2012 was de waarde nog lager en kreeg je 5 injecties en werd er weer gestopt. Bij B12-tekort mag er nooit gestopt worden met de injecties zolang de oorzaak niet is gevonden en opgelost.”

35 Uit een email van een deskundige die ook consulten geeft/onderzoeker is en met artsen op dit gebied werkt:

“Ik kan u mededelen dat er duidelijk in het NHG standpunt staat: Als de oorzaak niet is weggenomen, mag er nooit gestopt worden met de behandeling i.m.. Bij duidelijke neurologische klachten geeft het Farmacotherapeutisch kompas aan: 1 tot 2 maal in de week injecteren gedurende 2 jaar.”

En:

“2. na ZEER laag B12 waarden heeft u slechts 5 injecties gehad waarna de behandeling is gestopt. De oorzaak was helaas niet weggenomen dus klachten komen terug.”

Nog een citaat uit het verweer: “Betrokkene wil echter B12 in tabletvorm”.

Ten eerste is dit voorgesteld door de huisarts zelf, want patiënte wist niet dat dat ook kon. Ten tweede, als de huisarts het belang van de injecties had uitgelegd, had patiënte hiermee ingestemd. Zie ook de aansprakelijkstelling.

daarin werd toegestemd, conform de ‘state of art’ volgens het NHG- Standpunt-Diagnostiek van vitamine B12 deficiëntie. Vitamine b12 tabletten zijn geen medicijnen in de zin van de geneesmiddelenwet, ze zijn zonder recept bij drogist en apotheek verkrijgbaar en moeten door patiënten zelf worden aangeschaft.” 

Gebleken is dat de huisarts vitamine B12 tabletten van 5mg voorschreef, terwijl de behandeling met tabletten volgens het NHG gaat om tabletten van 1000mg. Dit was dus veel te weinig en hierdoor een foutieve behandeling.

Zie ook de aansprakelijkstelling

En zie bewijsstukken

Expertise:

Expertise arts over tabletten behandeling

Laatste pagina medisch advies (verzekeringsarts tegenpartij) 12 december 2017 (dus bijna 1,5 jaar later heeft de tegenpartij de fout hierin erkend):

Tegenpartij erkend 1 fout

10 NHG-Standpunt Diagnostiek

14 NHG-Standaard Anemie

Stelling E:

“Verzekerde heeft goede afspraken gemaakt met betrokkene, onder meer over herhaling van het bloedonderzoek na 3 maanden. Betrokkene verscheen echter pas na ongeveer 5 maanden opnieuw en bleek toen de tabletten niet consequent genomen te hebben. E.e.a. valt niet onder verantwoordelijkheid van de huisarts maar van betrokkene zelf.”

Het klopt dat betrokkene na 3 maanden een nieuw bloedonderzoek uit zou voeren. Echter is zij vergeetachtig en is dit 2 maanden later geworden.

Daarbij had het niet uitgemaakt als betrokkene precies na 3 maanden was gekomen; De huisarts heeft de uitslagen niet goed geïnterpreteerd waardoor de juiste diagnose over het hoofd werd gezien en heeft alsnog meermalen verkeerde behandelingen ingezet die de schade hebben vergroot. Dat betrokkene 2 maanden later dan afgesproken is gekomen, heeft dus geen invloed gehad op de daaropvolgende gebeurtenissen en haar gezondheid.

Het feit dat betrokkene niet iedere dag de tabletten innam, komt door de vergeetachtigheid die door het tekort is ontstaan. Zij heeft dit probleem nog steeds met medicatie. Maar gekeken naar het feit dat de huisarts tabletten met een veel te lage waarde voor had geschreven, kan betrokkene hier niet op aangekeken worden. Want het was al veel te weinig.

Stelling F:

“Vervolgens werd besloten tot injecties”

Uit het verweer huisarts:

“Ik heb haar toen, omdat de B12 orale suppletie dan blijkbaar niet geholpen had, toch tot 5 injecties kunnen overtuigen, wat het gebruik is in onze praktijk.” 

Zie ook stelling D, foutieve behandelingen huisarts

“In het dossier staat bij 27 juli 2012 en 31 juli 2012 dat de injecties niet hebben geholpen. Ze kreeg er bovendien diarree van.”

Ten eerste is 5 injecties te kort om te kunnen zeggen of er verbetering is wanneer er een ernstig tekort is zoals bij patiënte (zie weer alle voorschriften en de aansprakelijkstelling). Ten tweede is er de bekende beginverergering, welke vaak optreed bij een tekort welke al lang bestaat en welke ernstig is zoals bij patiënte.

De huisarts zegt zelf in een verweer:

“Ik spreek eigenlijk altijd met patiënten af dat na we bekijken wat de injecties doen en bespreek daarna een beleid m.b.t. het voortzetten van de injecties, b.v. eens per week, per maand of een andere frequentie, op geleide van de klachten. Ik zie dat niet staan in het dossier van patiënte maar ik zie wel dat ik haar 2 maanden na de laatste injectie, op 31 juli 2012, naar de internist heb verwezen.”

Ten eerste is alsnog de behandeling stopgezet, voordat patiënte 2 maanden later naar de internist is verwezen. Dit is niet goed omdat de behandeling stopgezet wordt terwijl dat helemaal niet mag, en het vergroot de schade. Schade wordt hierdoor tevens permanenter. Zeker met het oog op de wachttijd voor een afspraak bij een specialist. (Zie ook de aansprakelijkstelling en de schade)

Ten tweede, als een arts tegen een patiënt met een injectiefobie zegt dat de injecties niet werken (hij wist zelf niet dat dit veel te kort injecties waren en dat er een beginverergering bestaat), en vervolgens voorstelt om te stoppen, zegt de patiënt geen nee. Als de huisarts het belang van de injecties had uitgelegd, dat deze ervoor zouden zorgen dat patiënte niet zieker werd en zou verbeteren, en dat de injecties van levensbelang zijn, had patiënte hiermee ingestemd. (Zie ook de aansprakelijkstelling)

Het bovenstaande was het eerste verweer. Hieronder nog een aantal losse voorbeelden, om te laten zien hoe de tegenpartij in zijn werk gaat. (Anders komt er wel erg veel herhaling)

Nog een aantal voorbeelden van het verweer

5a Stelling verzekeringsarts:

“De meest kenmerkende verschijnselen om aan een vitamine B12 tekort te denken, voor zover er überhaupt meer/minder specifieke verschijnselen en/of klachten zijn, of althans klachten/verschijnselen die aanleiding zouden moeten geven tot nader onderzoek is een (macrocytaire) bloedarmoede en neurologische symptomen als tintelingen en ataxie, een coördinatiestoornis. Daarbij dient uiteraard rekening gehouden te worden met bepaalde risicogroepen zoals patiënten met een atrofische maagslijmvliesontsteking, de ziekte van Crohn, vegetarisme/veganisme, regelmatig/overmatig gebruik van alcohol en gebruik van bepaalde geneesmiddelen. Dat hier sprake was van een van deze situaties is mij niet gebleken.”

Aan de bovenstaande stelling blijkt wel dat de verzekeringsarts niet oplet. Overal zijn de lijsten met veel voorkomende klachten van een vitamine B12 tekort te vinden. Deze zijn vrij duidelijk en niet vaag. Ook heeft de huisarts nooit getest op bloedarmoede, dus kan dit niet als verweer gebruikt worden.

De tintelingen waren al sinds 2003 aanwezig, daar is patiënte meermalen voor geweest en dit is in het dossier te vinden. Ook de risicogroepen waren aanwezig. De huisarts vermeld zelf diverse keren in het dossier een maagslijmvliesontsteking (de gastritis, alleen niet welke want dat is toen nooit onderzocht of bij patiënte gemeld). En ook het gebruik van de geneesmiddelen die erom bekend staan een opnamestoornis te veroorzaken werden al jaren voorgeschreven zoals in het dossier te zien is. Deze staan zelfs vermeld in de door verzekeringsarts zelf meegestuurde stukken ter onderbouwing van zijn stellingen, waar hij graag uit citeert.

Stelling B (verkort):

“Verzekeringsarts geeft aan dat de tintelingen geen vermoeden tot een B12 tekort kunnen geven, en dat dit voor de tijd van de huisarts is.”

Patiënte is hier meermalen voor geweest, ook bij deze huisarts, zoals in het dossier te zien is. Maar omdat hij zei “het hoort erbij en er is niets aan te doen”, heeft patiënte dit niet vaker meer genoemd. Daarbij zouden deze klachten door hyperventilatie ontstaan zijn. Patiënte heeft duidelijk aangegeven dat ook na het volgen van een cursus hiervoor, de klachten niet verminderde.

Daarbij staan nog steeds de overige klachten in het dossier waar patiënte voor is geweest en gelden nog steeds de 2 risicogroepen waar patiënte in valt. En hoe kan de verzekeringsarts zelf oordelen dat dit niet valt onder een vitamine B12 tekort? De tintelingen zijn er, en die kunnen ontstaan zijn door een kleine herseninfarct (zie medische voorgeschiedenis). Het is bekend dat een ernstig vitamine B12 tekort kan zorgen voor hersen- en hartinfarcten.

Stelling C:

De verzekeringsarts geeft 3 keer verschillend verweer op het feit dat er na de eerste 5 injecties gestopt is met de behandeling. Omdat dit een heel goed voorbeeld was, heb ik deze uitgebreid in een post gezet.

Stelling B (verkort uit een volgend verweer):

“De huisarts geeft in het verweer aan dat hij niet de onderhoudsfrequentie van de injecties heeft verlaagd van 2 maanden naar 3 maanden”:

Als de 1 injectie per 2 maanden niet voorgeschreven is door de internist, waarom doet hij dit dan de eerste maanden wel? Daarbij staat overal in het dossier duidelijk vermeld wanneer patiënte zelf iets vroeg w.b.t. medicatie. Dat staat hier niet bij in het dossier. Ook kan de huisarts zelf kijken naar een bijsluiter of het Farmacotherapeutisch Kompas, welke hij ook gebruikt om andere behandelingen op te zoeken. Bovendien heeft patiënte later zelf weer de injectie per 2 maanden gevraagd, omdat zij het gevoel had dat het niet klopte. En later dat ze achter de juiste informatie kwam, heeft ze zelfs 2 injecties per week gevraagd.

“De huisarts geeft aan dat er voor de 2 injecties per week die patiënte vraagt, geen verwijzing is van de internist.”

Ten eerste is hier geen advies voor nodig van een specialist. Vitamine B12 kan prima door een huisarts worden voorgeschreven. In dit geval ook logischer, aangezien de huisarts op de hoogte was van alle klachten, en ook op de hoogte was van het feit dat er neurologische klachten aanwezig waren.

Ten tweede staat dit ook in alle voorschriften, en heeft patiënte alle informatie aan de huisarts gegeven om haar vraag te onderbouwen. Waaronder ook informatie van gespecialiseerde artsen.

Stelling E: 

De verzekeringsarts citeert een stuk uit het NHG-Standpunt: “Voor routinematige periodieke controles van de vitamine B12 spiegel bij gebruikers van metformine of een protompompremmer (TN: zoals de Omeprazol) bestaat vooralsnog onvoldoende grond”. 

En zegt hierover:

“Van een belangrijke op zich staande risicofactor is in deze dan ook geen sprake.”

Wat de verzekeringsarts vergeet te melden, is dat het NHG Standpunt WEL aangeeft dat er bij gebruik van Protompompremmers eerder gedacht moet worden aan een vitamine B12 tekort, en dat dit WEL een risicogroep is.

Er hoeft misschien volgens het NHG niet standaard periodiek gecontroleerd te worden, maar wanneer er klachten bestaan en iemand gebruikt een protompompremmer (zoals patiënte), moet dit WEL gecontroleerd worden volgens hetzelfde NHG Standpunt als waar de verzekeringsarts uit citeert! Het klopt dus ook niet dat hij beweerd dat er geen sprake is van een risicofactor.

Stelling 2A (verweer december 2017): 

“Het NHG Standpunt Diagnostiek was er pas sinds 2014”

Dit klopt. Echter was er wel de NHG werkafspraak inzake vitamine B12 tekort (sinds 2004), stond de behandeling al in de bijsluiter, was er voldoende informatie bekend over het tekort (zie eerdere punten en bewijsstukken) en stond de juiste informatie al op het Farmacotherapeutisch Kompas welke de huisarts zelf gebruikt (zie ook eerdere punten en bewijsstukken).

Stelling E: De verzekeringsarts betwijfeld of de neuroloog de juiste diagnose heeft gesteld, of het juiste klachtenbeeld bij de DVN heeft.

Hoe zou het kunnen dat de verzekeringsarts beter weet wat neurologische klachten van DVN zijn, dan een neuroloog met jarenlange ervaring op dit vlak?

Het medisch advies 1 februari 2018

In dit medisch advies wordt het over een andere boeg gegooid: Patiënte krijgt alle (onterechte) verwijten en de huisarts heeft zijn best gedaan en is nu zielig.

Uit de samenvatting van het verweer van de huisarts:

“De huisarts geeft aan dat patiënte na 1 maand terug moest komen voor controle na het voorschrijven van de (verkeerde) vitamine B12 tabletten.”

Echter, tegen patiënte had hij 3 maanden gezegd, en dit geeft hij zelf in eerder verweer ook aan. Bovendien (zie ook weer eerdere punten) had het geen verschil gemaakt; de huisarts zet hierna diverse foutieve behandelingen in.

“Ik heb haar verder op diverse momenten, in 2009 (internist en reumatoloog), in 2012 (internist) en 2015 neuroloog naar specialisten verwezen om mij te helpen met het lastige te interpreteren beeld.”

Ten eerste wordt een vitamine B12 tekort vaak genoeg door een huisarts vastgesteld en behandeld, zonder hulp van specialisten. Dit had de huisarts zelf moeten doen (zie eerdere punten, het was geen lastig te interpreteren beeld als patiënte 76 x komt met klachten die vallen onder een vitamine B12 tekort, valt in 2 risicogroepen voor een B12 tekort en hij het zelf vast stelt in 2011 en het  opnameprobleem niet doorheeft).

In 2009 (zie ook eerdere punten) kon patiënte niet naar de internist omdat de huisarts niet kwam toen zij ziek was en thuisgebonden was. De reumatoloog ging ervan uit dat de huisarts zijn werk had gedaan en eerst zelf bloedonderzoek (op vitamine B12 tekort) had gedaan, alvorens door te sturen.

Uiteindelijk in 2011 heeft hij ook nog eens zelf het tekort vastgesteld, maar over het hoofd gezien dat er een opnamestoornis (ziekte van Addison-Biermer) was, welke duidelijk aan de bloeduitslagen te zien was. Hij behandeld ook op eigen houtje. Pas later, wanneer klachten niet blijken te minderen, stuurt hij patiënte door vanwege maag en darm problemen, niet vanwege het tekort welke hij zelf al geconstateerd had. De neuroloog in 2015 was op verzoek van patiënte zelf, om de schade van het vitamine B12 tekort vast te stellen.

“Er lijkt een patroon te zitten in het gedrag van cliënte in dat ze afspraken niet opvolgt dan wel nakomt. Verwijzing in 2009 naar internist: niet verschenen dan wel afspraak afgezegd en ook geen verdere actie ondernomen (als ze wel was geweest zou er mogelijk een andere koers zijn gevaren).”

Zoals te zien is in het dossier en de huisarts in eerder verweer zelf al heeft aangegeven (en ook door de verzekeringsarts genoemd is), was patiënte in 2009 ziek.  Zij was zo ziek dat zij het huis niet uit kon, en de huisarts weigerde te komen. Als deze was gekomen, had hij toen al kunnen zien dat er op een vitamine B12 tekort getest moest worden. Patiënte kon met moeite naar de nodige artsen voor haar ziek zijn op dat moment, met behulp van haar moeder. Later moest zij alles op alles zetten om te kunnen werken en herstellen (wat nooit gelukt is omdat de huisarts het tekort niet had gezien).

Bovendien had de huisarts door alle andere signalen ZELF al aan het testen op een vitamine B12 tekort moeten denken en had het weinig uitgemaakt, omdat hij na het ontdekken van het tekort, en na de internist steeds weer een foute behandeling inzet. (zie ook de eerdere punten en bewijsstukken hiervoor)

“In 2011 afspraak om na een maand weer lab te prikken en vervolg afspraak te maken: niet gedaan.”

Ten eerste had de huisarts tegen patiënte gezegd na 3 maanden, wat hij zelf in een eerder verweer ook aangeeft. Ten tweede had patiënte geheugen problemen, waardoor zij steeds vergat wanneer/dat zij heen moest. Ook had dit niet uitgemaakt, aangezien de huisarts daarna foutieve behandelingen in blijft zetten. Een onvoldoende behandeling geeft meer schade dan geen behandeling omdat dit ervoor zorgt dat klachten permanent worden. (zie ook eerdere punten en de bijbehorende bewijsstukken)

“Waarschijnlijk in 2012 zelf weer gestopt met injecties vanwege vermeende bijwerkingen, toen wederom naar internist verwezen.”

De huisarts geeft zelf 2 keer in eerder verweer aan dat 5 injecties het beleid is van de praktijk, dus niet van de patiënte. Daarbij kon de huisarts het belang van de injecties niet uitleggen (anders had hij niet gestopt en patiënte al helemaal niet), en dacht de huisarts dat de injecties niet werkte.

Echter is 5 injecties niet voldoende om klachten te verminderen bij een (ernstig) tekort, is dit geheel niet volgens voorschriften en bijsluiters en bestaat er de beginverergering waarbij klachten in het begin verergeren voor er verbetering optreed. Ook hiervan was de huisarts niet op de hoogte. En overal waar patiënte vroeg om medicatie verandering, heeft de huisarts dit duidelijk in het dossier vermeld. Dit stond er hier niet bij vermeld. (Zie ook eerdere punten en bijbehorende bewijsstukken en uitgebreide post over dit verweer).

“toen wederom naar de internist verwezen. Hier ging ze wel heen. In maart 2013 wil ze geen injecties meer, later krijgt ze weer wel injecties.”

Bovenstaande klopt absoluut niet. De enige keer na de internist dat patiënte minder injecties wilde, is omdat de internist had gezegd (dus ze volgt wel degelijk op wat er wordt voorgeschreven zoals in het dossier te lezen is) dat zij af moest bouwen (dus niet stoppen)Dit heeft de huisarts in eerder verweer ook zelf vermeld, dus niet erg netjes om dit nu zo te beweren.

Er is dus ook nooit gestopt, er is over gegaan op een onderhoudsdosering (vandaar het stoppen en later weer doorgaan!) zoals duidelijk in het dossier te zien is en in het verweer van de huisarts. De huisarts heeft de injecties later zelfs zelf afgebouwd naar 1 injectie per 3 maanden terwijl patiënte dan zelf vraagt om deze weer eens per 2 maanden te geven. (Zie eerdere punten en bijbehorende bewijsstukken)

“Eind augustus 2014 weer op consult geweest, revisie afspraak gemaakt voor over 2 weken, niet verschenen”.

Het is duidelijk dat de ASR en de huisarts alles uit de kast proberen te halen om patiënte te kunnen verwijten, omdat zij geen goede tegenargumenten meer kunnen bedenken. Patiënte is dit waarschijnlijk vergeten (zij moest alles wat ze had in het werk stoppen, waardoor zij daarnaast bijna niets meer kon en heel wazig was) en ook geeft zij aan dat zij al zo vaak met die klachten was geweest en de huisarts enkel zei “het hoort erbij, er is niets meer aan te doen”. Ook aan het hele handelen van de huisarts is te zien dat hij niet zelf zou bedenken dat het komt doordat patiënte te weinig vitamine B12 injecties krijgt/heeft gekregen.  Dus als patiënte wel geweest was, had dit zeer waarschijnlijk niks opgelost.

Enkel nog dit:

“Dat er als gevolg van het handelen concrete gezondheidsschade is ontstaan stond en staat me nog steeds niet duidelijk voor ogen”.

Dit is aan alle kanten al bevestigd en ook terug te vinden in de wetenschappelijke artikelen. Zie hiervoor rechtszaak deel 2, de schade